ECLI:NL:RBDHA:2025:20984
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Tadzjiekse vreemdeling wegens niet-geloofwaardige belastingontduiking
Eiser, een Tadzjiekse staatsburger, diende op 1 april 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij vluchtte uit Tadzjikistan vanwege een verdenking van belastingontduiking die hij onterecht acht en vermoedt dat deze verdenking is verzonnen vanwege zijn afkomst en deelname aan protesten in 2012. Zijn asielaanvraag werd op 2 februari 2024 afgewezen, waarbij verweerder oordeelde dat de verdenking niet geloofwaardig was en dat eiser geen risico liep bij terugkeer.
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen en tegen het bestreden besluit. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat inmiddels een besluit was genomen. Het beroep tegen het bestreden besluit werd inhoudelijk behandeld. De rechtbank oordeelde dat eiser zijn verhaal onvoldoende met documenten onderbouwde, geen aannemelijke verklaring gaf over de verdenking en onvoldoende inspanningen had verricht om bewijs te verkrijgen. Ook was onduidelijk waarom hij vertrok voordat hij wist van de aanklacht.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit terecht is genomen en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen omdat de termijn niet was overschreden. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser wegens het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk, het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond en het bestreden besluit blijft in stand.