ECLI:NL:RBDHA:2025:20822
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende motivering risico terugkeer naar Afghanistan
Eiser, van Turkmeense etniciteit en afkomstig uit Afghanistan, diende op 9 november 2022 een asielaanvraag in die door verweerder op 16 november 2023 werd afgewezen. Na een gegrond verklaard beroep op 19 april 2024 wees verweerder op 13 februari 2025 opnieuw de aanvraag af. Eiser stelde dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer vanwege zijn etnische afkomst, verwestering, afwijkende geloofspraktijken en een conflict met de Taliban.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de onderlinge samenhang van deze omstandigheden, zoals het conflict met vier dorpshoofden van de Taliban en eisers verwestering als voetbalcoach, waardoor het risico op ernstige schade niet adequaat is beoordeeld. Verweerder mocht het risico op basis van artikel 3 EVRM Pro niet ontkennen.
De rechtbank volgt verweerder wel in het oordeel dat de problemen vanwege een politiek prominente vader niet aannemelijk zijn gemaakt en dat ambtshalve toetsing aan artikel 8 EVRM Pro niet vereist was. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder krijgt zes weken om een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Eiser krijgt proceskostenvergoeding van € 1.814,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van het risico op ernstige schade bij terugkeer naar Afghanistan.