ECLI:NL:RBDHA:2025:20712
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken bijkomende afhankelijkheid en hechte banden
Eiseres, een Syrische vrouw die alleen in Turkije verblijft, verzet zich tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland. De minister van Asiel en Migratie wees haar aanvraag af omdat de identiteit en familierechtelijke relatie met referent niet voldoende waren aangetoond en er geen sprake zou zijn van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
Eiseres stelt dat zij afhankelijk is van referent en zijn echtgenote vanwege medische omstandigheden en financiële afhankelijkheid, en dat er hechte persoonlijke banden bestaan met haar kleinkinderen. Zij betoogt dat zij ten onrechte niet is gehoord en dat er geen belangenafweging heeft plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken en terecht heeft geconcludeerd dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid of hechte persoonlijke banden bestaan die gezinsleven rechtvaardigen. De rechtbank vindt dat verweerder niet verplicht was eiseres te horen omdat het bezwaar geen andere uitkomst kon hebben. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar machtiging voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.