Eiser, van Somalische nationaliteit, vroeg asiel aan met het verhaal dat hij uit El Adde in Zuid-Somalië komt en vluchtte vanwege bedreigingen door Al-Shabaab. De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van zijn herkomst, mede gebaseerd op een taalanalyse.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser, waaronder zijn noordelijk accent en clanachtergrond, en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom bepaalde verklaringen over zijn woonomgeving ongeloofwaardig zouden zijn. De minister heeft ook nagelaten de taalanalist te raadplegen over de invloed van het noordelijk accent op de analyse.
Verder is gebleken dat verklaringen van eiser over lokale kenmerken juist zijn en dat de minister selectief is geweest in het beoordelen van de geloofwaardigheid. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €1.814,- toegekend.