ECLI:NL:RBDHA:2025:20448
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun bezwaar tegen de afwijzing van hun aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis.
De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de wettelijk gestelde termijn heeft beslist en dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een bijzonder geval en legt een nadere beslistermijn op van acht weken, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.