ECLI:NL:RBDHA:2025:20428

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 november 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
C/09/25/1080 R
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285, eerste lid, onder f Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum wegens arbeidsongeschiktheid

Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft het verzoek behandeld en beoordeeld of verzoekster voldoet aan de voorwaarden voor toelating, waaronder te goeder trouw zijn en het ontbreken van afloscapaciteit.

Op basis van een Vtlb-berekening van 8 augustus 2024 is vastgesteld dat verzoekster geen afloscapaciteit heeft. Tevens is aannemelijk gemaakt dat zij sinds 2023 volledig arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft daarom besloten de ingangsdatum van de WSNP te bepalen op 8 augustus 2024, waardoor de resterende looptijd van de regeling nog drie maanden bedraagt.

De rechtbank legt uit dat gedurende de WSNP een postblokkade geldt en dat na afloop van de looptijd de medewerkings- en informatieplicht blijven gelden totdat de regeling formeel is afgewikkeld. Tevens worden alle gelegde beslagen opgeheven en wordt een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd met specifieke opdrachten en bevoegdheden.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 november 2025 door rechter J.R. Hagendoorn, waarbij de bewindvoerder ook een voorschot op vergoeding mag nemen indien de boedel toereikend is.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de WSNP met ingang van 8 augustus 2024 voor een termijn van achttien maanden.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummer: C/09/25/1080 R
vonnis van 4 november 2025
op het verzoek van:
[verzoekster]
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode 1] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 3 november 2025. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan [verzoekster] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- [verzoekster] ,
- [naam 1] en [naam 2] , beschermingsbewindvoerders bij BewindvoeringZorg B.V.,
- [naam 3] , schuldhulpverlener van de ISD [regio 1] .
1.3.
De rechtbank heeft bepaald uiterlijk op 11 november 2025 uitspraak te doen.

2.De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.
[verzoekster] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
2.2.
[verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
2.3.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Deze postblokkade geldt gedurende de materiële looptijd van de schuldsaneringsregeling. Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt, stopt de postblokkade. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoekster] .
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoekster] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.6.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.7.
[verzoekster] verzoekt de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 8 augustus 2024.
2.8.
De rechtbank zal het verzoek om een eerdere ingangsdatum te bepalen toewijzen. Als uitgangspunt voor aanvang van het minnelijk traject hanteert de rechtbank het moment waarop de schuldhulpverlener de afloscapaciteit heeft vastgesteld aan de hand van een eerste correcte berekening van het Vrij te laten bedrag (de Vtlb-berekening): zie in dit verband onder meer Rechtbank Den Haag, 10 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5966. Dit geldt ook ingeval van beslag of een ontbrekende afdrachtcapaciteit. Ter zitting is door [naam 3] verklaard dat op 8 augustus 2024 een Vtlb-berekening is opgemaakt en vanaf dat moment is op basis van de normen die gelden voor de berekening van het Vtlb vastgesteld dat het [verzoekster] ontbreekt aan afloscapaciteit. Uit de overgelegde stukken, met name de brief van GGZ [regio 2] van 14 juli 2025, de beschikking van de rechtbank Den Haag van 8 juli 2025 betreffende een aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg en het ter zitting besprokene, wordt voldoende aannemelijk dat [verzoekster] sinds 2023 volledig arbeidsongeschikt is. [verzoekster] heeft zich derhalve voldoende ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
De rechtbank zal daarom bepalen dat de termijn van de WSNP op 8 augustus 2024 begint te lopen.
Medewerking en informatieplicht
2.9.
De looptijd van de WSNP bedraagt 18 maanden. In deze zaak wordt de ingangsdatum van de WSNP bepaald op 8 augustus 2024. Dit betekent dat van de looptijd nog drie maanden resteren. Gedurende die resterende maanden gelden de afdrachtplicht en inspanningsplicht. Na afloop van die resterende maanden blijven de in de WSNP geldende medewerkings- en informatieplichten gelden totdat de WSNP formeel is afgewikkeld. Dit is om de WSNP-bewindvoerder in staat te stellen zijn wettelijke taken naar behoren uit te voeren. Die taken bestaan uit het houden van toezicht op de naleving van de WSNP-verplichtingen en het beheer en de vereffening van de goederen die in de boedel vallen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster]
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode 1] [woonplaats] .
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum toe;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 8 augustus 2024;
- stelt vast dat na de einddatum van de looptijd de medewerkingsplicht en de informatieplicht blijven gelden tot het verbindend worden van de slotuitdelingslijst;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. van Nooijen en tot bewindvoerder:
[naam 5] ( [bedrijfsnaam] bewindvoering)
[correspondentieadres]
[postcode 2] [plaats] ;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van [verzoekster] in te zien;
- draagt de bewindvoerder op om binnen vijf maanden na de datum van dit vonnis eindverslag uit te brengen;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is een beslissing van mr. J.R. Hagendoorn, rechter, in samenwerking met C.R. Cortenbach, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 november 2025.