ECLI:NL:RBDHA:2025:20238
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens prematuur opleggen aan vreemdeling met tijdelijke bescherming
Eiser, een Algerijnse vreemdeling met tijdelijk verblijfsrecht in Nederland op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, kreeg op 7 februari 2024 een terugkeerbesluit opgelegd met de verplichting Nederland binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten.
Eiser voerde aan dat de beëindiging van zijn tijdelijke bescherming onjuist was gemotiveerd en dat hij niet vooraf was gehoord. De rechtbank overwoog dat de hoogste bestuursrechter in latere uitspraken bevestigde dat de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 eindigde, maar dat terugkeerbesluiten niet mogen worden opgelegd zolang het rechtmatig verblijf nog geldt.
Omdat verweerder het terugkeerbesluit vóór 4 maart 2024 oplegde, was dit prematuur en daarmee onrechtmatig. De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk gegrond, vernietigde het terugkeerbesluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €907.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit van 7 februari 2024 wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.