ECLI:NL:RBDHA:2025:19825
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor twee personen. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en het verzoek om griffierechtvrijstelling toegekend.
De aanvraag werd ingediend op 14 augustus 2024 en verweerder had uiterlijk 12 februari 2025 moeten beslissen, inclusief een verlengingstermijn van drie maanden. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist, en eiseres rechtsgeldig ingebreke heeft gesteld op 2 april 2025, is het beroep tijdig en kennelijk gegrond verklaard.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens is een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder is veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €453,50. De uitspraak is gedaan door rechter W.H. Bel op 29 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.