Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoeker een beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is. Verzoeker vroeg tevens een voorlopige voorziening om een medisch advies te laten uitbrengen door het Bureau Medische Advisering (BMA).
Verweerder heeft later alsnog een BMA-advies aangevraagd, waarna verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening introk en proceskostenvergoeding vorderde. De voorzieningenrechter overweegt dat een proceskostenvergoeding kan worden toegekend indien het bestuursorgaan aan de indiener is tegemoetgekomen, maar dat dit een beoordelingsruimte betreft en bijzondere omstandigheden kunnen leiden tot afwijking.
De voorzieningenrechter concludeert dat verweerder niet eerder in de gelegenheid was het advies op te vragen omdat daarvoor een ontslagbrief van de GGzE nodig was, die verzoeker pas na het verzoek om voorlopige voorziening overhandigde. Hierdoor is geen sprake van tegemoetkomen in de zin van de wet. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van tegemoetkomen door verweerder.