ECLI:NL:RBDHA:2025:19758
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De vreemdeling heeft op 9 oktober 2025 een maatregel van bewaring opgelegd gekregen op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetst het voortduren van deze maatregel sinds 6 augustus 2025, het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek. De vreemdeling stelt dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko of Algerije binnen een redelijke termijn, mede vanwege het uitblijven van reacties op laissez-passer aanvragen.
De rechtbank oordeelt dat de vreemdeling onvoldoende concreet heeft onderbouwd dat het zicht op uitzetting ontbreekt. De enkele stelling dat Marokkaanse en Algerijnse autoriteiten niet reageren is onvoldoende, zeker nu de vreemdeling weigert mee te werken aan vertrekgesprekken en niet wenst terug te keren. Verweerder heeft voldoende voortvarend gewerkt aan de uitzetting, met periodieke rappellering aan de autoriteiten en vertrekgesprekken met de vreemdeling.
De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.