ECLI:NL:RBDHA:2025:19430
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Gambiaanse minderjarige wegens ongeloofwaardigheid identiteit en leeftijd
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 17 oktober 2023 een asielaanvraag in met de stelling minderjarig te zijn en mishandeld te zijn door zijn stiefvader. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van eisers identiteit en twijfels over zijn minderjarigheid.
De rechtbank beoordeelde het beroep en constateerde dat hoewel de leeftijdsschouwen van AVIM en verweerder niet deugdelijk waren gemotiveerd, verweerder het vermoeden van minderjarigheid voldoende had weerlegd op basis van wisselende verklaringen van eiser, een niet-erkende geboorteakte en een registratie in Italië met een andere geboortedatum.
Verder achtte de rechtbank het tweede asielmotief, mishandeling door de stiefvader, ongeloofwaardig. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag kennelijk ongegrond had verklaard en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag ongegrond wegens onvoldoende geloofwaardigheid van identiteit en leeftijd.