ECLI:NL:RBDHA:2025:19388
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens niet-ontvankelijkheid beroep terugkeerbesluit
Verzoeker diende een asielaanvraag in die op 23 augustus 2024 ongegrond werd verklaard. Verzoeker viel onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en had recht op verblijf tot 4 maart 2025 en opvang tot 4 september 2025. Op 30 juli 2025 legde de minister een terugkeerbesluit op, waarmee het recht op opvang en verblijf per 2 oktober 2025 werd beëindigd.
Verzoeker diende op 28 augustus 2025 een pro forma beroepschrift in, wat te laat was aangezien de beroepstermijn op 27 augustus 2025 eindigde. Ondanks erkenning van de termijnoverschrijding en het aanvoeren van verschoonbare omstandigheden zoals gebrek aan juridische kennis, taalproblemen en beperkte middelen, oordeelde de voorzieningenrechter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om de overschrijding te rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het terugkeerbesluit op juiste wijze was bekendgemaakt en dat verzoeker kennis had genomen van het besluit. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding konden verontschuldigen. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep te laat is ingediend en niet-ontvankelijk is.