ECLI:NL:RBDHA:2025:19226
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging verblijfsrecht ouder na 18e verjaardag dochter
Eiseres, een Marokkaanse moeder, betwistte het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar verblijfsdocument te beëindigen op de 18e verjaardag van haar Nederlandse dochter. Zij stelde dat er sprake is van een sterke afhankelijkheid en dat het arrest Chavez-Vilchez en artikel 20 VWEU Pro een ruimere toepassing vereisen, zodat haar verblijfsrecht zou moeten voortduren.
De rechtbank oordeelde dat het arrest Chavez-Vilchez een cumulatieve toets hanteert waarbij het kind minderjarig moet zijn om een afgeleid verblijfsrecht te rechtvaardigen. De door eiseres aangevoerde afhankelijkheid na meerderjarigheid voldoet niet aan de uitzonderingscriteria uit het arrest K.A., waarin alleen in zeer uitzonderlijke gevallen een afgeleid verblijfsrecht tussen meerderjarige familieleden kan bestaan.
Verder concludeerde de rechtbank dat het besluit geen schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert, omdat eiseres ten tijde van het besluit verblijfsrecht had en er geen sprake is van een scheiding tussen haar en haar dochter. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard, en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het beëindigen van het verblijfsrecht van eiseres na de 18e verjaardag van haar dochter wordt ongegrond verklaard.