ECLI:NL:RBDHA:2025:19215
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning bij echtgenote wegens ontbreken mvv-vrijstelling en geen bijzondere omstandigheden
Eiser, een Turkse onderdaan, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn echtgenote in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat hij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling van het mvv-vereiste kon worden toegepast. Verweerder stelde dat er geen bijzondere individuele omstandigheden waren die een vrijstelling rechtvaardigen.
Eiser voerde aan dat het mvv-vereiste onterecht werd toegepast, onder meer vanwege zijn Turkse nationaliteit en de associatierechten, en dat hij een bestaan en gezinsleven in Nederland had opgebouwd. Tevens stelde hij dat hij ten onrechte niet gehoord was tijdens de bezwaarprocedure. De rechtbank oordeelde dat het mvv-vereiste niet in strijd is met het Turks associatierecht en dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling, mede omdat hij niet kon aantonen dat hij legaal arbeid verrichtte en geen bijzondere omstandigheden had onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat het gezinsleven tijdelijk op afstand kan worden uitgeoefend en dat er geen objectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven in Turkije voort te zetten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, aangezien er geen connexiteit meer was. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.