ECLI:NL:RBDHA:2025:19001
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring met zicht op uitzetting naar Algerije
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, verbleef bijna vijf maanden in vreemdelingenbewaring en stelde dat er geen zicht was op uitzetting naar Algerije omdat de Algerijnse autoriteiten niet reageerden op zijn laissez-passer-aanvraag.
De rechtbank had eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 15 september 2025 bevestigd en beoordeelde nu alleen het voortduren van de maatregel vanaf die datum. Verweerder had meerdere uitzettingshandelingen verricht, waaronder rappels aan de Algerijnse autoriteiten en een vertrekgesprek met eiser.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het uitblijven van reactie van Algerije, het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt, mede omdat eiser zelf geen actieve medewerking aan zijn vertrek toonde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.