ECLI:NL:RBDHA:2025:18662
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tijdelijke bescherming wegens niet voldoen aan Richtlijn en geen toetsing artikel 8 EVRM
Eiseres, een Marokkaanse vrouw met een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne, verzocht om tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn 2001/55/EG. De minister wees dit verzoek af omdat eiseres niet beschikte over een Oekraïense permanente verblijfsvergunning geldig op 23 februari 2022 en zij geen familielid was in de zin van de Richtlijn, aangezien haar relatie met een Oekraïense man pas in januari 2023 was ontstaan.
Eiseres stelde dat zij als echtgenote onder de Richtlijn viel en dat de minister ten onrechte geen toetsing aan artikel 8 EVRM Pro had verricht, alsmede dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van de Richtlijn en dat de minister niet ambtshalve hoefde te toetsen aan artikel 8 EVRM Pro, omdat dit niet aansluit bij de aard van de Richtlijn en de noodzaak tot snelle besluitvorming.
Verder werd geoordeeld dat de minister terecht van het horen in bezwaar had afgezien, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.