ECLI:NL:RBDHA:2025:18554
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De minister van Asiel en Migratie legde op 9 mei 2025 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel was reeds eerder door de rechtbank getoetst in uitspraken van 10 juni 2025 en 22 juli 2025. De minister stelde de rechtbank op 25 september 2025 van het voortduren van de bewaring in kennis, wat gelijkgesteld werd met een nieuw beroep door eiser.
De rechtbank sloot het vooronderzoek op 2 oktober 2025 en besloot dat de zaak niet op een zitting zou worden behandeld. De toetsing richtte zich op het rechtmatig voortduren van de maatregel sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 16 juli 2025. Eiser diende geen nieuwe gronden in tegen het voortduren van de bewaring.
Na ambtshalve toetsing concludeerde de rechtbank dat geen omstandigheden aanwezig waren die het voortduren van de maatregel onrechtmatig maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de maatregel van bewaring blijft gehandhaafd. De minister hoeft geen proceskosten aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.