ECLI:NL:RBDHA:2025:18291
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens verantwoordelijkheid België
Eisers, een Nigeriaans gezin, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvragen. Eisers stelden dat de opvang- en leefomstandigheden in België ontoereikend zijn en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van gezinnen nog steeds geldt, mede op basis van recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. Eisers slaagden er niet in aannemelijk te maken dat de situatie in België zodanig is dat sprake is van een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest, noch dat zij geen opvang zullen ontvangen.
Ook de stelling dat de minister een vergewisplicht zou hebben, werd verworpen. De rechtbank vond dat eisers onvoldoende nieuwe informatie hadden aangeleverd en dat zij tot hun vertrek uit België opvang hadden genoten. Daarnaast was er geen grond om op basis van artikel 17 van Pro de Dublinverordening af te zien van overdracht aan België. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de bestreden besluiten bleven in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de overdracht aan België blijft gehandhaafd.