ECLI:NL:RBDHA:2025:18194
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming wegens ontbreken procesbelang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de brief van de minister waarin het verzoek tot opschorting van de beëindiging van zijn tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming werd afgewezen. De rechtbank overweegt dat procesbelang vereist is voor ontvankelijkheid van het beroep.
De minister heeft het verzoek van eiser afgewezen omdat het recht op tijdelijke bescherming van rechtswege op 4 maart 2024 eindigde, zoals eerder door de Afdeling is geoordeeld. Eiser heeft vervolgens een verblijfsvergunning asiel gekregen op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waardoor hij rechtmatig verblijf in Nederland heeft.
De rechtbank heeft eiser verzocht een standpunt in te nemen over het procesbelang, maar hierop is niet gereageerd. De rechtbank concludeert dat eiser geen actueel en reëel belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep omdat hij met de verblijfsvergunning al bereikt heeft wat hij wilde. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en doet geen inhoudelijke uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat eiser een verblijfsvergunning asiel heeft ontvangen.