ECLI:NL:RBDHA:2025:18058
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit tijdelijke bescherming geëindigd
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om in Nederland te mogen blijven in afwachting van de uitkomst van zijn beroep tegen een terugkeerbesluit. Dit besluit is genomen omdat de tijdelijke bescherming voor verzoeker, als Algerijnse nationaliteit, is geëindigd conform uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Hof van Justitie van de EU.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden heeft aangevoerd om gehoord te worden en dat zijn vrees voor onmenselijke behandeling bij terugkeer onvoldoende is onderbouwd. De asielaanvraag van verzoeker is eerder afgewezen.
Gezien deze omstandigheden wordt aangenomen dat het beroep ongegrond zal worden verklaard. De gevolgen van het terugkeerbesluit zijn inherent aan het besluit zelf en verzoeker heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld die een voorlopige voorziening rechtvaardigen.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen.