ECLI:NL:RBDHA:2025:17752
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid en terugkeer Liberia
Eiser, een Liberiaanse nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland wegens zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende bedreigingen in Liberia. De minister wees de aanvraag af omdat de geloofwaardigheid van zijn seksuele gerichtheid onvoldoende was en hij niet tijdig asiel had aangevraagd na terugkeer in Nederland.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid terecht in twijfel trok. Eiser gaf vage en tegenstrijdige verklaringen over zijn bewustwording, acceptatie en relaties, en gaf onvoldoende inzicht in zijn persoonlijke beleving. Ook zijn terugkeer naar Liberia ondanks eerdere bedreigingen was onvoldoende verklaard.
De rechtbank vond dat de minister voldoende had doorgevraagd en dat de aanvullende toelichtingen van eiser geen nieuw feitencomplex vormden. Daarom bleef de afwijzing van de asielaanvraag in stand en werd het beroep ongegrond verklaard.
Eiser moet binnen vier weken terugkeren naar Liberia en krijgt geen proceskostenvergoeding. Hij kan binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser moet terugkeren naar Liberia.