Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent);
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft beslist, waardoor het beroep tijdig en gegrond is.
Verweerder hanteert het fifo-principe, waardoor de aanvraag pas in september 2026 in behandeling zal worden genomen. De rechtbank oordeelt echter dat dit geen reden is om het beroep aan te houden of een langere beslistermijn toe te passen dan de reeds door de Afdeling bestuursrechtspraak vastgestelde termijnen. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442. Tevens worden de proceskosten van eiseres toegewezen. De uitspraak bevestigt de rechtsbescherming bij niet tijdige besluitvorming en wijst het fifo-principe als geen geldige reden voor uitstel af.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen met oplegging van een dwangsom.