ECLI:NL:RBDHA:2025:17607
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 9 juni 2025 aan hem is opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet. Hij stelt dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko of Algerije, verwijst naar het arrest Adrar en betoogt dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld tijdens zijn strafrechtelijke detentie.
De rechtbank heeft het beroep op 19 september 2025 behandeld via telehoor en heeft het dossier en de zitting onderzocht. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin al is geoordeeld dat de minister de inspanningsverplichting niet heeft geschonden en dat er concreet zicht is op uitzetting. Nieuwe feiten of omstandigheden zijn niet aangevoerd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep faalt omdat het familie- en gezinsleven van eiser of het non-refoulementbeginsel zich niet verzetten tegen verwijdering. Ook de verwijzing naar het arrest Adrar en de situatie rond de lp-aanvragen leiden niet tot een ander oordeel. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.