Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn broer onder de beperking 'verblijf als familie- of gezinslid'. De minister heeft deze aanvraag afgewezen, waarbij werd geoordeeld dat de broer niet voldoet aan het jongvolwassenenbeleid en er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen de broer en hun moeder zijn.
De rechtbank bevestigt dat tussen eiser en zijn broer sprake is van gezinsleven, maar niet tussen de broer en hun moeder. De broer was 32 jaar ten tijde van de aanvraag en heeft stappen naar zelfstandigheid ondernomen, waaronder studeren en werken. De minister heeft terecht geoordeeld dat hij niet als jongvolwassene kan worden aangemerkt en dat er geen aanvullende afhankelijkheid is.
Eiser voerde aan dat de belangenafweging onjuist was en dat de broer een vaderfiguur voor hem is, maar de rechtbank oordeelt dat de minister alle relevante feiten heeft meegewogen en dat het belang van de Nederlandse Staat zwaarder weegt. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de afwijzing van de aanvraag blijft in stand en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.