Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Afghaanse asielzoeker van Hazara afkomst, diende op 8 december 2023 een asielaanvraag in met het argument dat hij vervolgd zou worden door de Taliban vanwege een getuigenverklaring tegen hen en discriminatie op grond van zijn etniciteit.
De minister wees de aanvraag op 16 juli 2025 af wegens onvoldoende aannemelijkheid van het vervolgingsgevaar. De rechtbank behandelde het beroep op 21 augustus 2025 en oordeelde dat de verklaringen van eiser over de Taliban inconsistent waren en onvoldoende onderbouwd hoe de Taliban van zijn getuigenverklaring op de hoogte zouden zijn.
Hoewel de rechtbank geloof hechtte aan de discriminatie vanwege de Hazara etniciteit, achtte zij het risico op ernstige schade bij terugkeer niet aannemelijk. Eiser kon onvoldoende aantonen dat zijn muzikantschap, kledingstijl of afkomst uit Iran hem extra risico's opleveren.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het besluit voldoende heeft gemotiveerd en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar.