Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Letse EU-burger, werd geconfronteerd met de beëindiging van zijn verblijfsrecht in Nederland en een ongewenstverklaring door de minister van Asiel en Migratie vanwege ernstige bedreiging van de openbare orde. Dit besluit volgde op meerdere onherroepelijke veroordelingen en een ISD-maatregel van twee jaar opgelegd door de rechtbank Den Haag.
Eiser betoogde dat zijn gedragsverandering tijdens de ISD-maatregel, waaronder afbouw van drugsgebruik en het vinden van werk, een positieve ontwikkeling liet zien waardoor hij geen actuele bedreiging meer vormde. De rechtbank oordeelde echter dat deze gedragsverandering onvoldoende was aangetoond in de vrije maatschappij en dat het recidivegevaar bleef bestaan.
De rechtbank stelde vast dat het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht niet-ontvankelijk was omdat de ongewenstverklaring voortduurde, waardoor eiser geen belang had bij het verblijfsrecht zolang deze van kracht was. Het beroep tegen de ongewenstverklaring werd inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard. De rechtbank concludeerde dat eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor fundamentele belangen van de samenleving en dat het besluit niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
De uitspraak werd gedaan door rechter M. Garabitian en griffier A. Drageljević op 11 september 2025. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.