ECLI:NL:RBDHA:2025:16820
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking terugkeerbesluit door minister
Verzoeker had een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. Dit verzoek is ingetrokken nadat de minister op 28 februari 2025 het bestreden besluit heeft ingetrokken. Verzoeker vroeg vervolgens om een proceskostenveroordeling van de minister.
De voorzieningenrechter heeft de minister op 1 maart 2025 en 2 september 2025 in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, maar de minister heeft niet gereageerd. De voorzieningenrechter heeft daarom zonder zitting uitspraak gedaan.
De rechter oordeelde dat het intrekken van het besluit betekent dat de minister aan het verzoek van verzoeker is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Dit rechtvaardigt toewijzing van het verzoek om proceskostenveroordeling, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn, die hier niet aanwezig waren.
De proceskosten worden vastgesteld op €907, zijnde één punt voor het indienen van het verzoekschrift. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister tot betaling van dit bedrag aan verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €907 aan verzoeker wegens proceskosten na intrekking van het terugkeerbesluit.