ECLI:NL:RBDHA:2025:16728
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie heeft op 4 juni 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is meerdere malen eerder getoetst en geacht rechtmatig te zijn tot het moment van het sluiten van het onderzoek bij de uitspraak van 22 augustus 2025.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het vooronderzoek gesloten en het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. De rechtbank beoordeelt of de maatregel sinds het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig is voortgezet.
Eiser voerde aan dat hij een asielwens heeft geuit en dat de maatregel niet is aangepast, en dat de minister onvoldoende voortvarend zou handelen. De rechtbank oordeelt dat het asielverzoek reeds is afgewezen en dat er geen nieuwe aanvraag is ingediend. Ook is de korte periode zonder uitzettingshandelingen onvoldoende om van onvoldoende voortvarendheid te spreken, mede omdat eiser de uitzetting actief heeft gefrustreerd.
Ambtshalve toetsing leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.