ECLI:NL:RBDHA:2025:16621
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen berekening eigen bijdrage Wlz door CAK
Eiser maakte bezwaar tegen de door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) vastgestelde eigen bijdrage voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) over de periode van 1 maart 2023 tot en met 11 september 2023. Het geschil betrof de vraag of het CAK bij de berekening van de eigen bijdrage terecht is uitgegaan van het gezamenlijke vermogen van eiser en zijn toenmalige fiscale partner in het peiljaar 2021.
De rechtbank stelde vast dat het CAK de eigen bijdrage heeft berekend op basis van de authentieke inkomens- en vermogensgegevens van de Belastingdienst, zoals voorgeschreven in het Besluit langdurige zorg (Blz) en de Regeling langdurige zorg (Rlz). Eiser voerde aan dat het vermogen verminderd moest worden met het aandeel van zijn fiscale partner en dat er een dubbele vrijstelling van het vermogen had moeten plaatsvinden. De rechtbank verwierp deze argumenten omdat de regels dwingendrechtelijk en limitatief zijn en geen ruimte bieden voor afwijkingen of bijzondere omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat het CAK geen rekening kon houden met het aandeel van de fiscale partner in het vermogen en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen gelijk, geen terugbetaling van griffierecht en geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter C.J. Waterbolk op 11 september 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de berekening van de eigen bijdrage Wlz door het CAK is ongegrond verklaard.