ECLI:NL:RBDHA:2025:16416
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf nareis, oplegging nadere beslistermijn en dwangsommen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn ouders en broer/zussen. De aanvraag werd ingediend op 22 maart 2024 en verweerder had uiterlijk op 20 september 2024 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiser stelde verweerder op 14 februari 2025 rechtsgeldig in gebreke en diende op 18 mei 2025 het beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders, legt de rechtbank een langere beslistermijn op dan de standaard twee weken. Verweerder moet binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit nemen, tenzij nader onderzoek nodig is, waarvoor een termijn van twintig weken geldt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442. Verweerder wordt ook veroordeeld in de proceskosten van €453,50 en moet het betaalde griffierecht van €194 vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen acht weken een besluit nemen en betaalt dwangsommen en proceskosten aan eiser.