ECLI:NL:RBDHA:2025:16403
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis gezinsleden
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn vrouw en drie dochters in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waarna de rechtbank zonder zitting uitspraak doet.
De aanvraag is ingediend op 8 augustus 2024, waarna verweerder op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moest beslissen. Verweerder heeft deze termijn verlengd met drie maanden, waardoor uiterlijk 6 februari 2025 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiser heeft op 14 maart 2025 een ingebrekestelling gestuurd en op 17 april 2025 het beroep ingesteld, dat tijdig en kennelijk gegrond is verklaard.
De rechtbank stelt dat bij aanvragen om gezinshereniging voor houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek nodig is, dan geldt een termijn van twintig weken.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000, waarvan reeds €1.442 is verbeurd. Ook worden de proceskosten van €453,50 en het griffierecht van €194 aan eiser toegekend.
De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel op 2 september 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een nadere beslistermijn van acht weken op met een dwangsom bij overschrijding.