ECLI:NL:RBDHA:2025:16019
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens niet voldoen aan mvv-vereiste
Eiser, een Turkse onderdaan, diende op 20 oktober 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor arbeid als zelfstandige. De minister wees deze aanvraag af op 28 oktober 2024 omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet van het mvv-vereiste werd vrijgesteld. Na bezwaar bleef de minister bij dit besluit.
Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, waarin hij aanvoerde dat het toepassen van het mvv-vereiste in strijd is met het Turks associatierecht. De rechtbank oordeelde dat eerdere uitspraken, waaronder die van 1 november 2024 en 9 april 2025, reeds hebben bevestigd dat het mvv-vereiste niet in strijd is met het Turks associatierecht.
De rechtbank concludeerde dat de beroepsgronden van eiser identiek zijn aan eerdere afgewezen gronden en dat ook uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het standpunt van de minister ondersteunen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de aanvraag in stand blijft en de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning zelfstandige wordt ongegrond verklaard.