ECLI:NL:RBDHA:2025:15767
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens ontbreken feitelijk gezinsleven met referent
Eiser heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd met als doel gezinshereniging bij zijn vader, de referent, die een verblijfsvergunning in Nederland heeft. De minister wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk maakte dat hij feitelijk tot het gezin van de referent behoort. Eiser betwistte dit en voerde aan dat er sprake was van een niet-huwelijkse relatie tussen zijn moeder en referent en dat er hechte persoonlijke banden bestaan.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het bestaan van een niet-huwelijkse relatie ten tijde van zijn geboorte en dat de overgelegde verklaringen en foto’s onvoldoende zijn om dit te onderbouwen. Ook is niet aangetoond dat er sprake is van hechte persoonlijke banden, mede omdat eiser en referent elkaar nooit hebben ontmoet en er onvoldoende bewijs is van contact of financiële ondersteuning.
De rechtbank bevestigt dat het beleid van de minister in overeenstemming is met de Gezinsherenigingsrichtlijn en jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Enkel biologische verwantschap is onvoldoende zonder feitelijk gezinsleven. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen mvv of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de mvv-aanvraag wordt afgewezen wegens het ontbreken van feitelijk gezinsleven.