ECLI:NL:RBDHA:2025:15729
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Nederlands vreemdelingenpaspoort wegens twijfel identiteit en nationaliteit
Eiser, sinds 2001 ingeschreven in de Basisregistratie Personen als geboren in Sudan, vroeg op 23 januari 2024 een Nederlands vreemdelingenpaspoort aan. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiser een Nigeriaans paspoort overlegde met andere persoonsgegevens dan geregistreerd, waardoor twijfel ontstond over zijn identiteit en nationaliteit.
De minister van Justitie en Veiligheid gaf via de IND aan bedenkingen te hebben tegen de afgifte van het paspoort, en de minister van Buitenlandse Zaken stelde dat een wijziging van persoonsgegevens in de Basisregistratie Personen en op de verblijfspas eerst vereist is. Eiser voerde aan dat hij vrijgesteld zou moeten zijn van het paspoortvereiste en dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden, maar de rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij eiser ligt en verweerder niet gehouden was verder onderzoek te doen.
De rechtbank benadrukte het belang van het vertrouwen in Nederlandse reisdocumenten en het terughoudend beleid bij verstrekking aan vreemdelingen. Gezien het bindende advies van de minister van Justitie en Veiligheid en het ontbreken van overtuigend bewijs door eiser, werd de aanvraag terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een Nederlands vreemdelingenpaspoort.