Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juni 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit Afghanistan, eiser
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Wat vindt eiser in beroep?
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Afghaanse poortwachter die van 2010 tot 2017 voor de Europese Politie Missie in Afghanistan (EUPOL) werkte, verzocht om overbrenging naar Nederland samen met zijn gezin. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de criteria van de speciale voorziening, met name het vereiste dat hij ten minste een jaar structureel substantieel werk heeft verricht voor een bepaalde Nederlandse EUPOL-functionaris.
Eiser betoogde dat hij als poortwachter ook Nederlandse functionarissen heeft bewaakt en dat het criterium van een specifieke functionaris onevenredig en onrealistisch is, aangezien lokale medewerkers doorgaans niet voor één specifieke Nederlandse functionaris werken. Tevens voerde hij een beroep op het gelijkheidsbeginsel en stelde dat verweerder de hoorplicht had geschonden.
De rechtbank oordeelde dat het beleid, zoals neergelegd in de Kamerbrief, een strikte afbakening kent en dat eiser niet voldoet aan het criterium van werkzaamheden voor een specifieke Nederlandse functionaris. De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel wegens onvoldoende onderbouwing en stelde dat de hoorplicht niet was geschonden. Ook wees de rechtbank het verzoek tot proceskostenvergoeding af vanwege voldoende motivering van het primaire besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat verweerder het verzoek van eiser op goede gronden heeft afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om overbrenging naar Nederland wordt ongegrond verklaard.