ECLI:NL:RBDHA:2025:14629
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM wegens ontbreken beschermenswaardig familieleven
Eiseres, een Marokkaanse vrouw geboren in 1938, vroeg een verblijfsvergunning aan voor verblijf als familie- of gezinslid bij haar kind in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), hoewel zij vrijstelling kreeg van het mvv-vereiste vanwege medische omstandigheden.
De kern van het geschil betrof de vraag of er sprake was van een beschermenswaardig familieleven tussen eiseres en haar kinderen en kleinkinderen in Nederland, zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat er bijkomende elementen van afhankelijkheid waren die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen. Factoren zoals samenwoning, financiële en emotionele afhankelijkheid, gezondheid en banden met het land van herkomst werden in onderlinge samenhang beoordeeld.
Hoewel eiseres hulp krijgt van haar kinderen bij dagelijkse bezigheden, was mantelzorg niet aannemelijk. Medische zorg is beschikbaar in Marokko en de stellingen over belemmeringen daarin waren onvoldoende onderbouwd. De emotionele band is aanwezig maar kan ook op afstand worden onderhouden. Daarnaast heeft eiseres sterke banden met Marokko en beperkte met Nederland.
De belangenafweging van verweerder, waarbij het Nederlands algemeen belang zwaarder woog dan het privéleven van eiseres, werd door de rechtbank als deugdelijk en gemotiveerd beoordeeld. De rechtbank concludeerde dat het niet toestaan van verblijf niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van beschermenswaardig familieleven.