ECLI:NL:RBDHA:2025:1456
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige betrokkenheid bij ontvoeringen en niet-ontvankelijkheid beroep niet tijdig beslissen
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende op 25 september 2022 een asielaanvraag in. Na eerdere procedures waarin het besluit van verweerder werd vernietigd, stelde eiser verweerder in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Verweerder nam uiteindelijk op 8 oktober 2024 een nieuw besluit waarin de asielaanvraag wederom als kennelijk ongegrond werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat het bestreden besluit inmiddels genomen was. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor het niet tijdig beslissen. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard omdat verweerder de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig achtte, maar de betrokkenheid van eiser bij ontvoeringen ongeloofwaardig vond en dit geen asielgrond opleverde.
Eiser had in een aanvullend beroepschrift aangevoerd dat verweerder onvoldoende op zijn argumenten was ingegaan, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder puntsgewijs had gemotiveerd en dat de verwijzingen van eiser onvoldoende concreet waren om het besluit te vernietigen. De rechtbank handhaafde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten van € 453,50.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.