ECLI:NL:RBDHA:2025:14559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiseres diende op 10 juni 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag op 16 januari 2024 af. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde dit besluit op 21 januari 2025 en beval een nieuw besluit te nemen. Nadat verweerder niet tijdig een nieuw besluit nam, stelde eiseres hem op 8 april 2025 in gebreke en diende op 28 april 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat de maximale beslistermijn van 21 maanden, zoals bepaald in artikel 31 lid 5 van Pro de Procedurerichtlijn, ruimschoots is overschreden. Eiseres is gehoord en het beroep is tijdig ingediend. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.
De rechtbank stelt een termijn van vier weken na bekendmaking van deze uitspraak waarbinnen verweerder het besluit moet nemen en bekendmaken. Voor elke dag overschrijding van deze termijn verbeurt verweerder een dwangsom van € 100,- met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 453,50 aan eiseres. Een bestuurlijke dwangsom wordt niet opgelegd vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld bij de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen vier weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.