ECLI:NL:RBDHA:2025:14300
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod in vreemdelingenrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit en een inreisverbod opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank stelt vast dat het terugkeerbesluit van 2 juni 2025 onverplicht is omdat een eerder terugkeerbesluit van 26 april 2023 nog van kracht is. Hierdoor is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het nieuwe terugkeerbesluit.
Ten aanzien van het inreisverbod oordeelt de rechtbank dat verweerder bevoegd was dit op te leggen op grond van artikel 66a van de Vreemdelingenwet 2000. De stelling van eiser dat hij een verloofde en kind met EU-nationaliteit heeft, is onvoldoende onderbouwd. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een afgeleid verblijfsrecht, terwijl dit op de weg van eiser ligt om te bewijzen.
De rechtbank wijst verder het beroep tegen het inreisverbod ongegrond. Daarnaast is de rechtbank niet bevoegd om te oordelen over het beroep tegen de maatregel van bewaring, waarvoor de bewaringsrechter exclusief bevoegd is. Tot slot is geen sprake van schending van het refoulementbeginsel bij terugkeer naar Algerije. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor het beroep tegen het terugkeerbesluit en wijst het beroep tegen het inreisverbod ongegrond.