Eiser, een Koerdische man uit Iran, zijn partner en minderjarige dochter hebben asiel aangevraagd in Nederland vanwege een reëel risico op vervolging wegens zijn politieke activiteiten voor de Komala partij sinds 2019. Verweerder wees de aanvragen af omdat hij het verhaal van eiser ongeloofwaardig achtte, met name vanwege summiere, wisselende en tegenstrijdige verklaringen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het asielrelaas ongeloofwaardig zou zijn. Op meerdere punten is niet doorgevraagd tijdens het nader gehoor, waardoor verweerder niet kan tegenwerpen dat de verklaringen summier zijn. Eisers hebben hun relaas in de zienswijze nader toegelicht, wat volgens vaste jurisprudentie niet zonder meer negatief mag worden gewogen.
De rechtbank beoordeelt per onderdeel van het asielmotief dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij de verklaringen ongeloofwaardig acht. Ook heeft verweerder nagelaten de waarde van ondersteunende verklaringen en documenten adequaat te motiveren. De beroepen worden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken nieuwe besluiten te nemen rekening houdend met deze uitspraak.
Daarnaast krijgt eisers een proceskostenvergoeding van €1814,-. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een aanvullend gehoor omdat eisers voldoende gelegenheid hebben gehad hun relaas toe te lichten.