ECLI:NL:RBDHA:2025:13996

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 juli 2025
Publicatiedatum
29 juli 2025
Zaaknummer
NL25.22775 en NL25.22776
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • L.M. Nieuwenhuijs
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 6 onder c VwArt. 8:72 lid 4 AwbAlgemeen ambtsbericht IranC-921/19 EUECLI:NL:RVS:2017:480
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering ongeloofwaardigheid politieke activiteiten

Eiser, een Koerdische man uit Iran, zijn partner en minderjarige dochter hebben asiel aangevraagd in Nederland vanwege een reëel risico op vervolging wegens zijn politieke activiteiten voor de Komala partij sinds 2019. Verweerder wees de aanvragen af omdat hij het verhaal van eiser ongeloofwaardig achtte, met name vanwege summiere, wisselende en tegenstrijdige verklaringen.

De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het asielrelaas ongeloofwaardig zou zijn. Op meerdere punten is niet doorgevraagd tijdens het nader gehoor, waardoor verweerder niet kan tegenwerpen dat de verklaringen summier zijn. Eisers hebben hun relaas in de zienswijze nader toegelicht, wat volgens vaste jurisprudentie niet zonder meer negatief mag worden gewogen.

De rechtbank beoordeelt per onderdeel van het asielmotief dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij de verklaringen ongeloofwaardig acht. Ook heeft verweerder nagelaten de waarde van ondersteunende verklaringen en documenten adequaat te motiveren. De beroepen worden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken nieuwe besluiten te nemen rekening houdend met deze uitspraak.

Daarnaast krijgt eisers een proceskostenvergoeding van €1814,-. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een aanvullend gehoor omdat eisers voldoende gelegenheid hebben gehad hun relaas toe te lichten.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvragen en draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen binnen acht weken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.22775 (eiser) en NL25.22776 (eiseres)

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juli 2025 in de zaken tussen:

[eiser] (eiser) en [eiseres] (eiseres),

(gemachtigde: mr. R. Hijma),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: R.S. Hoogendoorn-Matthijssen).

Samenvatting

1. Eiser is Koerd. Hij, eiseres en hun minderjarige dochter komen uit Iran. Zij hebben asiel aangevraagd in Nederland. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij sinds 2019 politieke activiteiten heeft verricht voor de [naam partij] partij in Iran en daardoor bij terugkeer een reëel risico loopt op vervolging. De asielaanvragen van eiseres en haar dochter zijn afhankelijk van de aanvraag van eiser.
1.1
Verweerder gelooft het verhaal van eiser niet en heeft daarom de asielaanvragen afgewezen. Volgens verweerder heeft eiser zijn verhaal niet op een samenhangende en aannemelijke manier verteld. Eiser heeft summier, wisselend en tegenstrijdig verklaard. De beroepen van eisers richten zich tegen dit oordeel.
1.2
De rechtbank oordeelt dat de beroepen gegrond zijn. De rechtbank vindt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig is. Op meerdere punten is niet doorgevraagd tijdens het nader gehoor. Verweerder kan dan niet tegenwerpen dat summier is verklaard zonder rekening te houden met eisers latere verklaringen. Dit betekent dat eisers gelijk krijgen en verweerder nieuwe besluiten moet nemen. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

Procesverloop

2. Eisers hebben op 30 mei 2023 asiel aangevraagd. Verweerder heeft met de bestreden besluiten van 13 mei 2025 deze aanvragen afgewezen als ongegrond en terugkeerbesluiten opgelegd.
2.1
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
2.2
De rechtbank heeft de beroepen gezamenlijk behandeld op de zitting van 17 juli 2025. Eisers waren aanwezig, bijgestaan door hun gemachtigde en de tolk, M. Abdi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eisers leggen aan hun asielaanvragen ten grondslag dat zij niet terug kunnen keren naar Iran, omdat eiser Koerd is en sinds 2019 actief is voor de [naam partij] partij. De Iraanse autoriteiten zijn van zijn betrokkenheid op de hoogte geraakt. Eisers hebben Iran verlaten omdat zij op bezoek gingen bij de zus van eiseres in België. In België werd eiser op 2 mei 2023 gebeld door een partijlid van de [naam partij] partij die hem vertelde dat zijn vriend [naam 1] , ook partijlid bij de [naam partij] , en anderen waren opgepakt door Iraanse autoriteiten. Eiser werd verteld dat zolang niet duidelijk was wat er was gebeurd, eiser niet moest terugkeren. Op 16 mei 2023 is eiser opnieuw gebeld en werd hem verteld dat [naam 1] voor langere tijd was vastgezet. Dat betekende dat de situatie voor eiser niet veilig was en dat eiser niet kon terugkeren naar Iran. Een aantal dagen daarna hoorde eiser van de manager van zijn werkplaats in Iran dat de Sepah langs eisers bedrijf is geweest, dat eiser door de autoriteiten werd gezocht en dat ze zijn computer hebben meegenomen. De autoriteiten hebben tegen de manager gezegd dat eiser zich bij hen moest melden. Eiser is in Nederland ook actief bij het Nederlandse Comité van de [naam partij] partij. Zo heeft hij deelgenomen aan demonstraties. Eiser stelt dat de autoriteiten ook hiervan op de hoogte kunnen zijn geraakt. Bij terugkeer naar Iran vrezen eisers te worden vervolgd of ernstige schade te ondervinden vanwege eisers zijn betrokkenheid bij de [naam partij] partij.
De bestreden besluiten
4. Verweerder heeft in het asielrelaas van eiser de volgende afzonderlijke relevante asielmotieven benoemd:
Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen vanwege eisers activiteit voor de [naam partij] partij;
Afvalligheid van de Islam;
Bekering tot het atheïsme.
4.1
Verweerder vindt de asielmotieven 1, 3 en 4 geloofwaardig. Het tweede asielmotief, de politieke activiteiten en problemen van eiser in Iran, acht verweerder ongeloofwaardig. Eisers verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel en voldoen hiermee niet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c van de Vw. Verweerder stelt zich hierover kort gezegd op het standpunt dat eiser summier, vaag en tegenstrijdig heeft verklaard. Verweerder meent dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag en dat hij ook bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade. De asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond nu eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn situatie recht geeft op een verblijfsvergunning asiel. Eisers krijgen geen verblijfsvergunning. Daarnaast krijgen zij een terugkeerbesluit.
Heeft verweerder de problemen vanwege eisers activiteiten voor de [naam partij] partij ongeloofwaardig mogen vinden?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder niet ten onrechte zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig is. Daarbij toetst de rechtbank het besluit van verweerder aan de hand van de beroepsgronden, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Niet in geschil is dat Koerdische politieke partijen in Iran, zoals de [naam partij] partij, in Iran illegaal zijn en dat de autoriteiten Koerdische partijen als een terroristische organisatie beschouwen. Koerden die met één van deze partijen in verband worden gebracht, kunnen lange gevangenisstraffen krijgen en soms de doodstraf. [1]
Aanvullende verklaringen eiser
6. Een centraal geschilpunt is het gewicht dat toekomt aan de verklaringen die eiser pas in zijn zienswijze heeft afgelegd. Verweerder stelt dat hij niet dezelfde waarde hecht aan de aanvullende verklaringen in de zienswijze, omdat eiser tijdens het nader gehoor ruimschoots in de gelegenheid is geweest hierover te verklaren. In lijn met het arrest L.H. van het Hof van Justitie van de Europese Unie [2] moet verweerder alle door een asielzoeker aangevoerde elementen volledig bij de beoordeling betrekken, ongeacht het moment waarop deze worden ingediend. Voor de beantwoording van de vraag welk gewicht later aangevoerde elementen toekomt, is onder meer van belang of de asielzoeker hiervoor een plausibele verklaring heeft gegeven. Over zijn latere verklaringen heeft eiser aangevoerd dat hij pas na het lezen van het voornemen begreep dat zijn eerdere verklaringen als summier werden beschouwd. De rechtbank acht deze verklaring niet op voorhand onaannemelijk. Het is volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) [3] niet ongebruikelijk dat een asielzoeker zich pas na het voornemen, vaak na consultatie met zijn gemachtigde, de volle omvang en de juridische relevantie van zijn verklaringen realiseert. Daar komt bij dat de rechtbank, zoals hierna zal blijken, op meerdere onderdelen vaststelt dat verweerder tijdens het nader gehoor heeft nagelaten om door te vragen. Wanneer verweerder nalaat om door te vragen, kan hij de vreemdeling in beginsel niet tegenwerpen dat zijn verklaringen summier zijn. [4] Het is dan ook een logisch en voorzienbaar gevolg dat een vreemdeling in de zienswijze zijn eerdere verklaringen nader aanvult en toelicht. Gelet op het voorgaande heeft verweerder ten onrechte een algemeen negatief gewicht toegekend aan het feit dat eiser zijn verklaringen in de zienswijze heeft aangevuld. De rechtbank zal hierna per relevant onderdeel van het asielmotief beoordelen of verweerder, met inachtneming van het voorgaande, deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de verklaringen van eiser ongeloofwaardig zijn.
Beoordeling van de afzonderlijke onderdelen
Telefoongesprekken en ontmoetingen in mei 2023
7. De rechtbank is met eiser van oordeel dat verweerder ten onrechte een tegenstrijdigheid aangenomen heeft over van wie eiser hoorde dat zijn partijgenoot was opgepakt. De gemachtigde van eiser heeft namelijk gesteld dat dit op een misslag in de zienswijze berust. Volgens jurisprudentie van de Afdeling [5] kan een dergelijke misslag in beginsel niet aan de vreemdeling worden tegengeworpen. Nu de gemachtigde dit op geloofwaardige wijze heeft rechtgezet en heeft verwezen naar de verklaringen in het nader gehoor, is geen sprake (meer) van een tegenstrijdigheid op dit punt. De rechtbank volgt evenmin het standpunt van verweerder dat het bevreemdend is dat eiser tijdens het nader gehoor niets heeft verklaard over de ontmoetingen in persoon. Tijdens het aanmeldgehoor heeft eiser al eens verklaard over de ontmoetingen in persoon. [6] In het nader gehoor heeft eiser verklaard toen hem werd gevraagd naar de telefoongesprekken: “Ze zeiden dat Sepah was gekomen. Ze zeiden dat ze voor ondergrondse activiteiten waren opgepakt en dat ik niet mocht terugkeren naar Iran” [7] . Door het gebruik van de meervoudsvorm “ze”, wekt eiser de indruk niet (uitsluitend) naar [naam 2] te verwijzen. Verweerder had eiser kunnen vragen wie eiser bedoelde met “ze”. Het verklaren over de telefoongesprekken en een ontmoeting in persoon sluit elkaar niet uit en kan als een aanvullende verklaring worden gezien. Bovendien wordt de verklaring van eiser over de ontmoeting op 16 mei 2023 ondersteund door de schriftelijke verklaring van [naam 3] . Hoewel dit geen objectief verifieerbaar bewijsstuk is, had verweerder wel moeten motiveren welke waarde hij aan dit document hecht en waarom het, in samenhang met de verklaringen van eiser, onvoldoende is om dit onderdeel van het relaas te ondersteunen. Dit heeft verweerder nagelaten.
7.1
Eiser heeft ter ondersteuning van zijn verklaringen over de arrestatie van zijn partijgenoot nieuwsberichten overgelegd. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat uit deze nieuwsberichten kan worden afgeleid dat in de periode waarover eiser heeft verklaard, sprake is geweest van grootschalige arrestaties en dat twee personen betrokken waren die eiser ook in zijn nader gehoor noemt. [8] Echter wordt op zichzelf uit de nieuwsberichten niet duidelijk dat eisers partijgenoot [naam 1] hierbij is opgepakt, terwijl zijn arrestatie essentieel is voor het asielmotief van eiser. De rechtbank volgt de motivering van verweerder dat aan de nieuwsberichten slechts beperkt gewicht kan worden toegekend voor de aannemelijkheid van eisers verklaring over de arrestatie van [naam 1] . Wel duidt het erop dat in mei 2023 arrestaties hebben plaatsgevonden in verband met de [naam partij] partij.
Inval op de werkplaats
8. Verweerder werpt eiser tegen dat het bevreemdend is dat eiser pas in de zienswijze verklaart over [naam 4] en wat hij heeft verteld De rechtbank leest in het verslag van het nader gehoor dat eiser heeft verklaard dat hij op de hoogte is geraakt van het bezoek van de Sepah op zijn werkplaats doordat een manager contact met hem heeft opgenomen. [9] Vervolgens heeft de gehoorambtenaar doorgevraagd over de Sepah, maar niet over de identiteit of de details van het contact met de manager. Nu verweerder heeft nagelaten door te vragen naar de naam van de manager, terwijl eiser wel over het contact met hem heeft verklaard, kan het eiser niet worden tegengeworpen dat hij nadere informatie pas in de zienswijze heeft verstrekt. [10] Dit is een logisch en voorzienbaar gevolg van het feit dat verweerder zijn verklaringen als summier heeft beoordeeld. De door eiser overgelegde verklaring van de manager ondersteunt het relaas op dit punt. De rechtbank vindt het standpunt van verweerder dat de verklaring de gebrekkige verklaringen van eiser niet kan compenseren, omdat het niet objectief verifieerbaar is, onvoldoende gemotiveerd. Hoewel het een niet objectief verifieerbaar document is, ontslaat dit verweerder niet van de plicht om kenbaar te motiveren welke waarde hij aan het document toekent en waarin het, in samenhang met de verklaringen van eiser, het relaas niet aannemelijk maakt. Dit heeft verweerder nagelaten.
De door verweerder opgemerkte inconsistentie in de spelling van de naam van de manager is, in het licht van het gehele dossier waarin vaker sprake is van transliteratie van namen, op zichzelf van onvoldoende gewicht om de verklaringen op dit punt ongeloofwaardig te achten.
Blokkade bankrekening
9. De rechtbank is met eiser van oordeel dat hem niet kan worden tegengeworpen dat hij in de zienswijze heeft verklaard wat de naam van de klant was die hem heeft aangesproken over de blokkade van zijn bankrekening. Hier is hem tijdens het nader gehoor ook niet naar gevraagd, terwijl dit, gelet op zijn verklaringen over de klant, wel op zijn weg had gelegen. [11] Nu verweerder dit heeft nagelaten, is het dan ook een logisch en voorzienbaar gevolg dat eiser in de zienswijze zijn eerdere verklaring nader aanvult en toelicht. De rechtbank volgt ook dat het niet bevreemdend is dat eiser heeft verklaard dat hij geen contact met de bank kon hebben, maar dat hij wel contact had met zijn klant. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij geen direct contact kon hebben met de bank omdat hij geen Iraanse simkaart had. Eiser heeft ook verklaard dat hij met zijn klant niet via zijn Iraanse simkaart, maar middels WhatsApp contact had. Dat eiser geen contact kon opnemen met de bank in Iran zonder Iraanse simkaart is geen onaannemelijke verklaring.
9.1.
De rechtbank is voorts met verweerder van oordeel dat er sprake is van een zekere inconsistentie in de verklaringen van eiser over of hij contact heeft gehad met de bankmedewerker en wat de reden was van de blokkade. Eiser heeft ter zitting een uitleg gegeven. Eiser gaf ter zitting aan dat hij nog steeds vindt dat hij geen direct contact heeft gehad met de bankmedewerker. Dit is namelijk niet mogelijk zonder identificatie, hetgeen alleen kan plaatsvinden met een Iraanse simkaart. Verweerder werpt eiser tegen dat dit tegenstrijdig is met zijn verklaring in de zienswijze, waarin hij heeft verklaard dat hij een bankmedewerker heeft gesproken nadat zijn klant de telefoon aan de medewerker had overhandigd. Voor de gestelde tegenstrijdigheid over de redenen voor de blokkade van de bankrekening is relevant dat eiser in het nader gehoor heeft verklaard dat ze hierover geen uitleg gaven, terwijl eiser in de zienswijze heeft verklaard dat de bankmedewerker tegen eiser heeft gezegd dat de blokkade in zijn geval vanwege veiligheidsredenen was. [12] Eiser stelt dat dit niet tegenstrijdig is, omdat hem, anders dan dat het om veiligheidsredenen was, nog steeds de precieze reden niet was verteld. De rechtbank stelt vast dat de door verweerder geconstateerde tegenstrijdigheden voornamelijk betrekking hebben op de interpretaties van de verklaringen van eiser. Eiser heeft een uitleg gegeven voor de inconsistenties, die er in de kern op neerkomt dat hij anders tegen de situatie aankijkt dan verweerder. Het ligt vervolgens op de weg van verweerder om deugdelijk te motiveren welk gewicht hij toekent aan de resterende inconsistenties, in het licht van de door eiser gegeven uitleg. Een enkele verwijzing naar de inconsistenties is dan onvoldoende.
Activiteiten voor [naam partij]
10. De rechtbank stelt met eiser vast dat hij tijdens het nader gehoor heeft verklaard dat hij personen rekruteerde die hij al langer kende. [13] Verweerder heeft nagelaten om op dit punt door te vragen naar concrete details, zoals de namen, het aantal of beroepen van deze personen. Wanneer verweerder nalaat door te vragen, kan hij de vreemdeling in beginsel niet tegenwerpen dat zijn verklaringen summier zijn. Het is dan ook niet bevreemdend dat eiser in zijn zienswijze, nadat hem de summiere verklaringen zijn tegengeworpen, alsnog met deze details is gekomen. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze aanvulling afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van het relaas. Daarnaast heeft eiser ter onderbouwing van zijn relaas meerdere schriftelijke verklaringen overgelegd, onder meer van de heren [naam 5] , [naam 3] en [naam 6] . Verweerder heeft ten aanzien van de verklaring van de heer [naam 5] nagelaten hier kenbaar aandacht aan te besteden. Ten aanzien van de verklaringen van [naam 3] en [naam 6] heeft verweerder volstaan met de algemene stelling dat deze ‘in het voordeel van eiser meewegen, maar onvoldoende zijn om de gebrekkige verklaring te compenseren’. Deze wijze van motiveren is onvoldoende. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling [14] dient verweerder alle relevante elementen kenbaar bij zijn beoordeling te betrekken. Zelfs als documenten niet als objectief verifieerbaar bewijs kunnen dienen, moet verweerder inzichtelijk maken welke waarde hij hecht aan de documenten en waarom die waarde, ook in samenhang bezien, onvoldoende is om het asielrelaas te ondersteunen. Verweerder had concreet moeten motiveren welke feiten uit de verklaringen blijken en vervolgens moeten uitleggen welk gewicht hij daaraan toekent. Daarbij had verweerder ook de door eiser gestelde ondergrondse aard van de activiteiten moeten betrekken, wat het verkrijgen van objectief bewijs moeilijk kan maken. Door dit alles na te laten heeft verweerder zijn besluit op dit punt onvoldoende deugdelijk gemotiveerd. [15] Hierbij dient verweerder ook te betrekken dat inherent lijkt dat de ondergrondse aard ertoe leidt dat de verklaringen ook weinig concreet kunnen zijn, zoals ter zitting is gesteld.
Lidmaatschap [naam partij]
11. Verweerder werpt eiser tegen dat hij summier heeft verklaard over het lidmaatschap bij de [naam partij] partij en dat hij pas in de zienswijze heeft verklaard over de ‘test’ die hij moest afleggen. Eiser stelt dat hij pas in de zienswijze met de ‘test’ is gekomen, omdat hij tijdens het nader gehoor de indruk had dat hij enkel directe vragen moest beantwoorden. Hoewel dit laatste niet is vastgelegd in het verslag, acht de rechtbank, mede gelet op de onder overweging 6 aangehaalde vaste jurisprudentie van de Afdeling, het niet op voorhand onaannemelijk dat eiser pas na het voornemen inzicht kreeg in het belang om hierover (nader) te verklaren. De vraag is vervolgens of deze aanvullende verklaring in het licht van het overige samenhangend en aannemelijk is. Voor de beantwoording van die vraag vindt de rechtbank het volgende van belang. Tijdens het nader gehoor heeft eiser in reactie op de vraag “wat moest u allemaal doen in die proefperiode” verklaard dat “je kennis maakt met publicaties van de partijen. Je moet partij etiquette hebben en voldoende interesse hebben om die kennis in de partij te vergaderen”. [16] De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit summier heeft mogen vinden. Vervolgens vraagt de gehoormedewerker naar het eerste contact met de [naam partij] partij. De rechtbank vindt dat eiser dan wel summier heeft verklaard op de vraag over de proefperiode bij de [naam partij] , maar een vervolgvraag van de gehoormedewerker had wel voor de hand gelegen. Derhalve is het, mede gelet op de verklaring van eiser, niet vreemd dat eiser op een later moment zijn verklaringen aanvult en heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom deze aanvulling, die past binnen het bredere relaas, het asielmotief ongeloofwaardig maakt.
11.1.
De rechtbank is met eiser van oordeel dat hij voldoende en consistent heeft verklaard over zijn beweegredenen om lid te worden. Zo heeft eiser heeft meermalen verklaard dat de gewelddadige moordpartijen in 2019 voor hem de aanleiding waren om zich aan te sluiten bij een georganiseerde partij. In het nader gehoor heeft eiser verklaard dat hij zich na de moordpartijen in 2019 realiseerde dat het regime in Iran niet zou veranderen. [17] Hij wilde zich hiertegen verzetten en realiseerde zich dat hij dit niet in zijn eentje kon. Het moest goed georganiseerd zijn. Dit ging beter in groepsverband. Hierin kan worden gelezen dat de moordpartijen in 2019 hem het inzicht gaven dat het verzetten in groepsverband meer effect zou hebben. De verklaring van eiser in zijn zienswijze dat hij voor de moordpartijen niet geloofde in het effect van actief zijn via een partij, sluit hierop aan en ziet de rechtbank dan ook als een nadere toelichting op zijn eerdere verklaringen. De stelling van verweerder dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom hij niet eerder lid is geworden, miskent de door eiser gegeven verklaring over zijn persoonlijke ontwikkeling, de gebeurtenissen in 2019 en het kennelijke inzicht dat hij zich niet langer afzijdig kon houden. Voorts werpt verweerder aan eiser tegen dat hij niet heeft verklaard wat [naam 1] hem vertelde over het lid worden bij de [naam partij] partij. Dit volgt de rechtbank niet. Dit is hem namelijk ook niet tijdens het nader gehoor gevraagd. Dit kan eiser derhalve ook niet worden tegengeworpen.
Verzoek aanvullend verhoor
12. De rechtbank ziet, anders dan eiser heeft verzocht, geen directe aanleiding om verweerder op te dragen een aanvullend gehoor te houden. Hoewel er op een aantal onderdelen sprake was van een gebrek aan doorvragen, is eiser in de loop van de procedure in de gelegenheid geweest zijn relaas nader toe te lichten. Dat heeft hij ook gedaan. Een aanvullend gehoor is daarom niet meer nodig. De voor de beoordeling van de asielaanvraag benodigde informatie is thans bekend. Het is nu aan verweerder om deze informatie, met inachtneming van de oordelen in deze uitspraak, opnieuw en deugdelijk gemotiveerd te beoordelen.
Risico bij terugkeer
13. Omdat het bestreden besluit reeds gebreken bevat dat tot vernietiging leidt, is de rechtbank van oordeel dat het risico bij terugkeer ook opnieuw moet worden beoordeeld.
Conclusie en gevolgen
14. De rechtbank concludeert dat de geloofwaardigheidsbeoordeling van het tweede asielmotief in het bestreden besluit gelet op de overwegingen 6 tot en met 11.1 geen stand kan houden. Verweerder heeft in de bestreden besluiten onvoldoende gemotiveerd waarom hij de activiteiten van eiser bij de [naam partij] en de daaruit voortvloeiende problemen van eiser ongeloofwaardig acht. Omdat de asielaanvragen van eiseres en haar dochter afhankelijk zijn van die van eiser, kunnen ook de op hen betrekking hebbende besluiten niet in stand blijven.
15. De beroepen zijn gegrond en de rechtbank vernietigt de bestreden besluiten. Dit betekent dat eisers gelijk krijgen. Omdat verweerder de geloofwaardigheidsbeoordeling opnieuw moet verrichten, ziet de rechtbank geen reden om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten of een tussenuitspraak te doen.
16. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat verweerder nieuwe besluiten moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor acht weken.
17. Omdat de beroepen gegrond zijn, krijgen eisers een vergoeding van hun proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt
€ 1750,-€ 1814,-omdat de gemachtigde van eisers een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder is sprake van samenhang als bedoeld in artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verder zijn er geen kosten die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart de beroepen tegen de bestreden besluiten gegrond;
  • vernietigt de bestreden besluiten;
  • draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
  • veroordeelt verweerder tot betaling van
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Nieuwenhuijs, rechter, in aanwezigheid van mr. S.L. Clemens, griffier.
Deze hersteluitspraak vervangt de inhoud van de uitspraak van 25 juli 2025, zonder wijziging van de uitspraakdatum. De hersteluitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekend gemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Algemeen ambtsbericht Iran, september 2023, p. 31
2.14 mei 2020, C-921/19, ECLI:EU:C:2020:375
6.Aanmeldgehoor, p. 15
7.Nader gehoor, p. 32
8.Nader gehoor, p. 32
9.Nader gehoor, p. 33.
11.Nader gehoor, p. 12
12.Nader gehoor, p. 12
13.Nader gehoor, p. 21
16.Nader gehoor, p. 19
17.Nader gehoor, p. 16