ECLI:NL:RBDHA:2025:13865
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig besluit over machtiging tot voorlopig verblijf nareis gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis en gezinshereniging. De aanvraag, ingediend op 28 februari 2024, had uiterlijk op 28 augustus 2024 beslist moeten worden, maar verweerder heeft geen besluit genomen. Na een rechtsgeldige ingebrekestelling op 15 februari 2025 werd het beroep tijdig ingediend op 10 maart 2025.
De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. Gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, legt de rechtbank een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen. Indien nader onderzoek noodzakelijk is en schriftelijk wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van de termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder is veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €453,50, alsmede het griffierecht van €187. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 28 juli 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen bij overschrijding.