Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. J.J. Eizenga),
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. P.M.W. Jans).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Wettelijk gezien moet er een aanklacht zijn ingediend en moet de rechtbank toestemming hebben gegeven voordat er een huiszoeking kan plaatsvinden. In de praktijk komt het bij politieke en nationale veiligheidszaken voor dat de veiligheidsdienst enkel verklaart deze toestemming mondeling te hebben verkregen en verder geen huiszoekingsbevel laat zien. Volgens een bron is het huiszoekingsbevel niet terug te zien in het Sana-systeem. (zie pagina 98)’ En verderop op dezelfde pagina staat: ‘
Als een zaak bij een revolutionaire rechtbank dient, kan een verdachte doorgaans geen stukken krijgen uit het strafdossier.’ Het standpunt van eiser is in zoverre te volgen dat het zou kunnen dat er van de huiszoeking geen documenten zijn. Het is echter niet duidelijk of sprake is van een zaak die bij een revolutionaire rechtbank dient of dat sprake was van een veiligheidsdienst die een huiszoeking zou hebben gedaan. Daarbij komt dat eiser in het nader gehoor zelf heeft verklaard dat degenen die de huiszoeking hebben gedaan een huiszoekingsbevel aan eiser hebben laten zien (zie pagina 10 van het verslag van nader gehoor). Nu er kennelijk wel een huiszoekingsbevel was is er geen sprake was van mondelinge toestemming zoals in het ambtsbericht beschreven. De minister heeft daarom bij de geloofwaardigheid van dit asielmotief kunnen betrekken dat eiser geen documenten ter onderbouwing van de huiszoekingen heeft overgelegd en dat eiser ook geen poging heeft gedaan om hierover te beschikken.
Vrij Iran. Wij gaan zorgen voor een vrij Iran. We willen gelijkheid. Er zijn heel veel boodschappen, ik kan ze nu niet herinneren. (zie het verslag van het nader gehoor, pagina 10.)’ Verder heeft eiser beperkt verklaard over de boodschappen die daadwerkelijk op de ballonnen en stickers zouden hebben gestaan die eiser stelt te hebben verspreid. De minister heeft ook mogen tegenwerpen dat eiser vaag is in waar zij de ballonnen oplieten en waarom op die plekken, alsook over wat zij hiermee hoopten te bereiken. Aangezien eiser heeft verklaard dat hij de beslissingen nam en degene was die het idee had om ballonnen op te laten met boodschappen, heeft de minister mogen verwachten dat hij meer zou kunnen verklaren over de uitvoering van het verspreiden van de boodschappen. Verder heeft de minister kunnen betrekken dat eiser wisselend, onjuist en summier heeft verklaard over de algemeenheden omtrent de Constitutionele Partij terwijl hij stelt aanhanger te zijn. In dit verband verwijst de rechtbank naar pagina 4 en 5 van het voornemen dat deel uitmaakt van het bestreden besluit. Wat eiser in beroep heeft aangevoerd, onder meer een weergave wat hij wel over [naam 1] , de Constitutionele Partij en zijn activiteiten in Iran, heeft verklaard, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.
Ik denk drie keer. Ik heb niet vaak kunnen deelnemen omdat ik geen geld had voor reiskosten. (zie het verslag van het aanvullend gehoor, pagina 20)’ Dit heeft de minister niet consistent kunnen vinden. In beroep geeft eiser aan dat hij vier keer aan demonstraties mee heeft gedaan. Hiermee heeft eiser geen duidelijkheid gegeven over het aantal keer dat hij daadwerkelijk mee heeft gedaan aan demonstraties. Ook heeft eiser verschillend verklaard over de rol die hij zou hebben gehad bij de demonstraties. Tijdens het nader gehoor heeft eiser op de vraag wat de rol was van eiser bij de demonstraties in Nederland: ‘
Ik was deelnemer.(zie het verslag van het nader gehoor, pagina 11)’ In het aanvullend gehoor heeft eiser verklaard over zijn rol bij de demonstraties: ‘
Ik heb een keer deelgenomen aan de demonstratie en behoorde ik ook tot de ordedienst. Om het georganiseerd te laten verlopen. De tweede keer had ik een gesprek met anderen. En daarnaast nog een keer als deelnemer. (zie het verslag van het aanvullend gehoor, pagina 23)’ Ook deze verklaringen komen niet met elkaar overeen en heeft de minister dus wisselend kunnen vinden. Dat volgens eiser zijn deelname aan demonstraties laat zien dat hij een politieke overtuiging heeft, maakt niet anders dat de minister de verklaringen die eiser heeft afgelegd tijdens het nader gehoor en het aanvullend gehoor over de demonstraties, summier, onduidelijk en wisselend kunnen vinden.