ECLI:NL:RBDHA:2025:13475
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel vreemdelingenbewaring
De minister van Asiel en Migratie heeft op 23 mei 2025 aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 6 juni 2025 beoordeeld en nu alleen het voortduren van de bewaring daarna getoetst. De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de bewaring rechtmatig is omdat eiser rechtmatig verblijf heeft op grond van een ingediend verzoek om voorlopige voorziening in het kader van zijn beroep tegen het asielbesluit.
De minister handelt voortvarend door het asielbesluit af te wijzen en het verzoek om voorlopige voorziening met voorrang te laten behandelen, hoewel organisatorische redenen bij de zittingsplaats Amsterdam vertraging veroorzaken. De rechtbank ziet geen grond om de maatregel van bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.