Eiser diende op 10 november 2022 een asielaanvraag in en betwistte in beroep de vastgestelde geboortedatum in het besluit van 2 april 2025, waarop de minister de aanvraag had ingewilligd. De rechtbank constateerde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, mede door tegenstrijdige versies van het aanmeldgehoor en onjuiste vermeldingen over de leeftijdsschouw.
Tijdens het onderzoek bleek dat verschillende instanties, waaronder Avim, de hoormedewerker en Italiaanse autoriteiten, uiteenlopende conclusies hadden over de meerderjarigheid van eiser. De minister baseerde zich uiteindelijk op de geboortedatum geregistreerd bij de UNHCR, welke volgens de rechtbank voldoende bewijswaarde heeft vanwege de onderliggende registratiepraktijken.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek in het besluit, de minister voldoende heeft toegelicht waarom de UNHCR-registratie werd aangehouden. Daarom vernietigde de rechtbank het besluit slechts voor zover het de leeftijdsvaststelling betreft, maar liet de rechtsgevolgen daarvan intact.
Eiser kreeg proceskostenvergoeding toegewezen van €1.814,-. De rechtbank benadrukte het belang van een zorgvuldige en goed gemotiveerde leeftijdsvaststelling in asielprocedures, gelet op de gevolgen voor begeleiding, verblijf en studiefinanciering.