ECLI:NL:RBDHA:2025:12774
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugkeerbesluit op grond van Vreemdelingenwet 2000
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van 20 maart 2025, opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank heeft het beroep op 10 juli 2025 behandeld, waarbij eiser werd vertegenwoordigd en verweerder niet aanwezig was.
Eiser stelde dat het gehoor onzorgvuldig was en dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar zijn familie- en privéleven en de gevolgen van zijn vertrek uit de EU. Tevens voerde hij aan dat hij een verblijfsprocedure in Spanje doorloopt en dat hij een binding met Spanje heeft.
De rechtbank oordeelde dat eiser ten tijde van het besluit geen rechtmatig verblijf had in Nederland of een andere EU-lidstaat, waardoor de minister verplicht was het terugkeerbesluit op te leggen. Het gehoor was zorgvuldig, waarbij eiser voldoende gelegenheid kreeg zijn zienswijze te geven. Feiten na het besluit, zoals de verblijfsprocedure in Spanje, konden niet worden meegewogen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.