ECLI:NL:RBDHA:2025:1267
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag op grond van interstatelijk vertrouwensbeginsel Duitsland
Eiser diende op 11 november 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a van de Vreemdelingenwet 2000 en bepaalde dat eiser zich onmiddellijk naar Duitsland moest begeven.
Eiser betoogde dat hij in Duitsland onvoldoende bescherming geniet tegen bedreigingen en ontvoeringen door de ex-partner van zijn vrouw, en dat hij vreest voor een situatie in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank stelde vast dat eiser internationale bescherming in Duitsland geniet en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat Duitsland zijn verplichtingen nakomt.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om het vermoeden te weerleggen dat hij in Duitsland veilig is. Eiser had nagelaten om na zijn laatste ontvoering contact te zoeken met de Duitse autoriteiten voor extra bescherming en had niet aannemelijk gemaakt dat de Duitse autoriteiten niet bereid of in staat zijn om hem te beschermen.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag door de minister terecht. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser moet terugkeren naar Duitsland.