ECLI:NL:RBDHA:2025:12424
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 21 mei 2024, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden werd verlengd. Verweerder had uiterlijk op 19 november 2024 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiser stelde de minister op 26 november 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 3 maart 2025 het beroep in, tijdig volgens de wettelijke bepalingen.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen een besluit gelijkstaat en dat bij aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders sprake is van een bijzonder geval. Daarom wordt een termijn van acht weken opgelegd waarbinnen verweerder moet beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding. Verweerder wordt ook veroordeeld in de proceskosten van eiser ad €453,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.