Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2025 in de zaak tussen
[naam], eiser
van Surinaamse nationaliteit
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft op 18 oktober 2023 een aanvraag ingediend voor een mvv om in Nederland te verblijven bij zijn tante, die sinds 2023 zijn voogd is. De minister heeft de aanvraag op 29 april 2024 afgewezen en het bezwaar van eiser op 23 december 2024 ongegrond verklaard. Eiser stelt dat hij in Suriname geen aanvaardbare toekomst heeft omdat zijn zussen niet voor hem kunnen zorgen en dat er sprake is van gezinsleven met zijn tante.
De rechtbank overweegt dat de minister beoordelingsruimte heeft bij de vraag of eiser geen aanvaardbare toekomst in Suriname heeft. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd dat zijn zussen of andere familieleden niet voor hem kunnen zorgen, noch dat hij in Suriname tekortkomt aan zorg of aandacht. Ook is niet gebleken dat tussen eiser en zijn tante hechte persoonlijke banden bestaan, aangezien zij hem nooit heeft verzorgd of opgevoed.
Verder is geoordeeld dat de minister terecht heeft afgezien van het horen van eiser in bezwaar omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank concludeert dat de afwijzing van de aanvraag in stand kan blijven en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt het griffierecht niet terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.