ECLI:NL:RBDHA:2025:1206
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 31 december 2024 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Letland verantwoordelijk is voor de behandeling. Tijdens de zitting op 30 januari 2025 verschenen de gemachtigden van beide partijen. De rechtbank heeft het beroep direct behandeld en uitspraak gedaan.
De rechtbank stelde ambtshalve vast dat eiser op 23 januari 2025 met onbekende bestemming is vertrokken, zoals blijkt uit een melding van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De gemachtigde van eiser heeft verklaard geen contact meer te hebben met eiser sinds diens vertrek en weet niet waar eiser verblijft.
Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder bericht vertrekt en geen contact onderhoudt, geen prijs meer stelt op de aanvankelijk verzochte bescherming. Gezien het gebrek aan contact en het vertrek met onbekende bestemming concludeert de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer heeft bij het beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet zij geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw en griffier S.D.C.J. Verheezen en is openbaar gemaakt op 30 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt.