Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Procesafspraken
- indien de rechtbank tot een andere bewezenverklaring zou komen, maar uitsluitend voor zover hierdoor de aard van het delict wezenlijk verandert;
- indien de rechtbank van oordeel zou zijn dat de overeengekomen straf niet in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak.
4.De bewijsbeslissing
op24 juni 2020, te Naaldwijk, gemeente Westland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, in (een) pand(en) aan de [adres 5] en in een voertuig (VW Caddy) voorwerpen, te weten:
heeftgehad, terwijl hij, verdachte, wist dat die voorwerpen bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en);
op24 juni 2020, te Naaldwijk en/of 's-Gravenzande, gemeente Westland, in elk geval in Nederland, meer geldbedragen
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
330 (driehonderddertig) DAGEN;
136 (honderdzesendertig) DAGEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
twee jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
180 (honderdtachtig) UREN;
90 (negentig) DAGEN;